Jij als chef van jouw fabriek

Je lichaam heeft voedingsstoffen nodig om zichzelf op te bouwen en onderhouden en jou de energie te leveren om je in te spannen, te ontspannen, na te denken, werken en ga zo maar door. Bij opbouwen kun je denken aan groei: wanneer je groeit in de lengte betekent dit een toename van onder andere botweefsel, spierweefsel, huid en bloedvolume. Het onderhouden gaat over het vernieuwen van de cellen in je lichaam en zorgen dat het in een optimale staat blijft, zoals bijvoorbeeld het voorkomen van – of werken tegen – een virus of ontsteking in je lichaam. De opbouw en het onderhoud van je lichaam komen tot stand door scheikundige processen in je lichaam.

Als we even terug gaan naar de scheikunde lessen op de middelbare school, kun je je wellicht nog herinneren dat alles is opgebouwd uit moleculen, die op hun beurt weer bestaan uit atomen (weet je nog, die tabel met het elementaire stelsel in die ingewikkelde Binas…) en waarbij ook elektronen nog een rol spelen. Alles! Dat betekent dat ook onze lichamen opgebouwd zijn uit atomen en moleculen. En dat maakt dat we processen van opbouw, onderhoud en afbraak kunnen begrijpen vanuit het doorgronden van de scheikundige processen. Dat kan erg ingewikkeld worden, maar om te weten hoe je lichaam werkt en op basis daarvan keuzes te kunnen maken met betrekking tot leefstijl en voeding, hoef je niet per se tot in detail te begrijpen hoe het werkt, van belang is dat je weet wat je nodig hebt. Daarbij helpt het om te weten waarvoor je bepaalde voedingsstoffen nodig hebt.

In je lichaam zijn continu chemische processen bezig: om te ademen, voor het leveren van zuurstof, rondpompen van je bloed, kloppen van je hart, verteren van voeding, opnemen van voedingsstoffen, opbouwen van cellen, afbreken van cellen. Ga zo maar door. Een batterij aan slimme wetenschappers heeft zich in de afgelopen eeuwen ingezet om in kaart te brengen hoe al deze processen werken en welke voedingsstoffen er nodig zijn voor de verschillende processen, om zo te kunnen komen tot voedingsadviezen: wat heeft de gemiddelde mens nodig en wat kun je eten om dit dagelijks binnen te krijgen? Dit leverde een schat aan waardevolle informatie, waarvan vervolgens de vraag is wat wij als mens, als consument, hiermee doen.

Voor mij was dit de belangrijkste reden om 5 jaar geleden te starten met de opleiding Voeding&Diëtetiek: er is zoveel bekend over hoe onze lichamen werken, maar ik als eigenaar en chef van de fabriek die mijn eigen lichaam is, had er geen enkel idee van. Uit persoonlijke interesse worstelde ik mij door de materie van anatomie, fysiologie, pathologie en biochemie. Ik leerde hoe ik gebouwd ben, hoe mijn lichaam hoort te werken, wat er misgaat als het niet werkt zoals het hoort, en wat je er aan kunt doen om het risico hierop te verkleinen. Ik leerde ook welke rol verschillende (overheids)instanties spelen in bieden van voedingsadviezen aan burgers en welke overwegingen hierin gemaakt worden. Daarbij leerde ik kritisch te zijn op uitspraken over voeding, over wat (niet) goed voor je is, kritisch op welke conclusies daadwerkelijk uit onderzoeken getrokken kunnen worden en kritisch op uitspraken van autoriteiten, goeroes en leken die gewoon heel hard roepen.

Gaandeweg besloot ik dat ik dit niet alleen voor mijzelf wilde weten, maar er ook werk van wilde maken, om anderen te helpen en handvatten te bieden gezond(er) te eten. Want hoe we als mens gebouwd zijn en hoe ons lichaam functioneert is bijzonder. Bijzonder knap ook. En iets om zuinig op te zijn.

Omdat ik geloof in de kracht van kleine veranderingen en niet al te dwangmatig dingen moeten of juist niet meer mogen, heb ik een overzichtelijk lijstje opgesteld van richtlijnen waar je je aan kunt houden. Uitgebreider ga ik in op het waarom van deze richtlijnen in mijn blog van 9 juni (Blog goede voeding). Zoals gezegd: een groot deel van deze informatie is gebaseerd op wetenschap van de Gezondheidsraad. Zij gebruiken uitgebreid wetenschappelijk onderzoek om te komen tot voedingsadviezen passend bij de Nederlandse bevolking. Ook het Voedingscentrum speelt een belangrijke rol in het adviseren van Nederlanders over gezond eten; zij vertalen de adviezen van de Gezondheidsraad naar praktische adviezen voor je bord en boodschappenmand.

Vaak hoor ik negatieve geluiden over het voedingscentrum. Opmerkingen als ‘dat is gewoon een lobby van de vleesindustrie’ of ‘het advies verandert ook iedere keer, ik vertrouw er niets meer van’. Hoewel ik dat soort opmerkingen niet ga ontkrachten, zie ik wel echt de meerwaarde van de inspanningen van het voedingscentrum om duidelijkheid te bieden binnen een heel complex thema. Een thema dat we voor de lange termijn belangrijk vinden, maar waarin we vaak slechte keuzes maken omdat ons dat op korte termijn gemak of genot oplevert. Ik zou mezelf niet snel fan van iets of iemand noemen, dus ook niet van het Voedingscentrum. En ik sta niet te juichen bij hen op de stoep als de medewerkers ’s avonds hun kantoor verlaten, maar ik juich hun inspanningen van harte toe: voorlichtingscampagnes, informatiematerialen, hulpmiddelen, adviezen voor speciale doelgroepen, etc.

Toch snap ik dat als er weer een moment komt waarop je je bewust bent van je ongezonde voedingsgewoonten, het fijn is de schuld te kunnen afschuiven op de wirwar aan adviezen die op je af komen. Met het Voedingscentrum als gemakkelijke zondebok. Echter, de vernieuwde adviezen betekenen niet dat eerdere adviezen fout waren. Het betekent dat zij hun werk goed doen door de nieuwe inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek, veranderingen in de algemene Nederlandse eetcultuur en cijfers over de (on)gezondheid van Nederlanders met elkaar te verenigen in verbeterde adviezen. En aan jou als chef van jouw fabriek om te kijken in hoeverre deze adviezen bij jou passen.

Het blijven uiteraard algemene adviezen. Iedere fabriek is anders en iedere chef heeft zijn of haar eigen voorkeuren. Zo weet ik dat ik dagelijks 2 stuks fruit moet eten en ik deze onbewerkt naar binnen zou moeten werken. Dus niet in de blender om er een lekkere smoothie van te maken. Maar ik heb moeite met fruit eten. Niet fysiek, maar mentaal. Dat heb ik al jaren en krijg ik niet goed veranderd. Ik kan me geen dag herinneren waarop ik uit mezelf 2 stuks fruit heb opgegeten. Dus gooi ik ze in de blender en werk iedere ochtend een stevige smoothie naar binnen. Niet volgens de adviezen, wel de beste oplossing passend bij mijn voorkeuren.

Ook vind ik het heerlijk om na een dag hard werken een biertje achterover te slaan. Het draagt voor mij bij aan mijn moment van ontspanning na een dag vol fysieke inspanning. Maar alcohol staat uiteraard niet bekend om haar gezondheidsbevorderende effecten. Dus heb ik er een sport van gemaakt om de lekkerste alcoholvrije biertjes te ontdekken en bestaat de biervoorraad thuis nu voornamelijk uit alcoholvrije soorten. Niet nodig voor mijn fysieke fabriek, maar wel passend bij mijn mentale behoefte.

Om te weten wat jouw lijf nodig heeft kun je uiteraard een studie volgen zoals ik heb gedaan. Efficiënter is het waarschijnlijk om te luisteren naar personen en instanties die zich toeleggen op het bevorderen van de gezondheid door middel van voeding: zij die ervoor hebben gestudeerd en/of zich baseren op betrouwbare onderzoeken. Die met haalbare adviezen komen, die je goed in de praktijk kunt toepassen en waarvoor je niet het gevoel hebt dat je moet afzien. En luister vooral ook goed naar jouw lichaam, want als chef van de fabriek krijg je vaak signalen over hoe het gaat, bijvoorbeeld door je stoelgang, energieniveau of gemoedstoestand.

Wil je zonder je al te veel te hoeven verdiepen toch gezonde stappen maken, hou dan de volgende richtlijnen in je achterhoofd:

  • Eet verse producten, snijd je groenten en fruit zelf
  • Eet 250 gram groente per dag
  • Eet 2 stuks fruit per dag
  • Gebruik geen pakjes en zakjes (breng gerechten op smaak met verse kruiden en specerijen)
  • Kies bij voorkeur producten van volle granen (in plaats van geraffineerde granen)
  • Eet minimaal 1x per week peulvruchten
  • Kies regelmatig voor een plantaardige maaltijd, zonder vlees of vis
  • Eet afwisselend en niet teveel